'De laatste melkbeurt, die is de put in gegaan'


Door: Maartje van Erp
Plaats: Beneden Leeuwen
Thema: Leven met water
Periode: 20ste eeuw


Je eigen vader (Tonny van Erp) interviewen is best bijzonder. Zeker als het gaat om een gebeurtenis die we allebei hebben meegemaakt: de evacuatie van 1995. Onze herinneringen zijn anders, niet alleen door het leeftijdsverschil, maar ook omdat we die evacuatieweek op verschillende plekken doorbrachten. Mijn vader vertrok met onze koeien naar drie bedrijven in de Achterhoek. De rest van het gezin logeerde bij familie en vrienden in Brabant. Ik ben nieuwsgierig naar de herinneringen van mijn vader. Hoe was het voor hem, een melkveehouder uit het Land van Maas en Waal?

Maartje van Erp

Bericht van evacuatie

“We hebben officieel pas een dag van tevoren gehoord dat we weg moesten, maar wij waren eigenlijk al een klein beetje op de hoogte gesteld. De huurders van ons ‘kleine huisje’ hadden een dochter die verkering had met de zoon van een brandweercommandant. Daar hoorden we van – en dat mocht eigenlijk niet verteld worden – dat de situatie kritiek werd en dat ze al een noodscenario aan het opstellen waren voor een evacuatie. Toen werd het voor ons wel duidelijk dat het echt gevaarlijk begon te worden. Het jaar daarvoor was het ook al gevaarlijk; toen was er ook al sprake van evacuatie. We hebben toen via mijn broer, die makelaar was, stalruimte geregeld in de Achterhoek. Gelukkig hebben we er geen gebruik van hoeven te maken, maar we hebben die mensen wel een VVV-bon gestuurd en een bedankbriefje. En verdorie, het jaar erop werd het weer gevaarlijk. En toen hebben we die mensen uit de Achterhoek weer benaderd. Dat was ongeveer een week voor de evacuatie. Ook het transport hebben we een dag of vijf van tevoren al vastgelegd. Het adres van die transporteur hadden we gekregen van één van de drie bedrijven waar we naartoe zijn gegaan. Van deze kant kon je geen adres meer krijgen, want die waren allemaal al bezet of besproken. En toen zijn we ook thuis voorbereidingen gaan treffen. Ik heb bijvoorbeeld alle oornummers van de koeien op orde gebracht.

 

Coberco en NCB

Maar je gaat pas weg op het laatste moment. Met jongvee gaat dat allemaal nog wel, maar bij melkvee ben je toch een heleboel productie kwijt. Je moet doorgaan met melken, je kunt niet stoppen. De laatste melkbeurt, die heb ik gewoon weg laten lopen, die is de put in gegaan, want ja, die werd niet meer opgehaald. Maar ik moet zeggen van Coberco [red. zuivelcoöperatie], die heeft het wel keurig netjes geregeld allemaal. Als ze kwamen laden werd de melk met een elektronisch blokje geregistreerd en dan kon je precies zien hoeveel melk er meeging. Die apparatuur moest ook allemaal geplaatst worden op de bedrijven waar je tijdens de evacuatie naartoe ging, want de transporteur moest wel kunnen zien van wie de melk was en hoeveel er werd opgehaald. Die samenwerking met Coberco, dat was petje af. En de coöperatie heeft ook voor veel mensen bedrijven gezocht en plekken aangewezen. Van alle kanten werd er hulp aangeboden. Heel veel ging er via de NCB [red. Noordbrabantse Christelijke Boerenbond], zo heette dat nog toentertijd, dat was een standsorganisatie en daar kon je jezelf aanmelden en dan werd er wel iets geregeld. Of je nou een hele grote stal had of een heel klein keuterboertje was, je moest wel ergens een plek hebben en het moest ook een beetje passen. Iedereen ging weg, desnoods naar de veemarkt in Den Bosch of weet ik wat, maar iedereen ging weg. En je werd ook verplicht om te gaan; je mocht niet achterblijven. Alleen van sommige kippenbedrijven weet ik dat ze zijn blijven zitten, want ja, met kippen kun je gewoon niet gaan sjouwen.

Je wordt geleefd

Je wordt gewoon geleefd op dat moment, je bent continu bezig, dag en nacht. Je hebt geen lijst die je moet afwerken; je moet het allemaal zelf bedenken. En uiteindelijk blijft het toch nattevingerwerk. We hadden nog een vrij nieuwe tractor en die moest ook weg, want die kon ik straks niet missen. Dus wij – op het laatste moment nog – met de tractor naar Niftrik, want daar hadden we familie zitten en dat was lekker hoog. Nou, een hele trammelant om daar te komen. En dat terwijl we hem ook gewoon op de brug vlakbij ons huis hadden kunnen zetten. De hele zijkant van de brug stond vol met tractoren. Maar ja, helemaal niet aan gedacht. En er waren meer van dat soort dingen, dat heb je dan toch niet in de gaten op dat moment. De dieseltank was ik bijvoorbeeld vergeten. Als de dijken waren doorgebroken was die weggedreven of leeggelopen. Ondertussen draaide de boerderij nog steeds door, dus je kon ook niet alles van tevoren in orde maken. Ik kon de kuilen op dat moment nog niet dichtmaken, want ik moest nog voer hebben voor de koeien. Je kunt heel lang werken als het moet. Aan rust dacht ik niet. Je gaat maar door, het is overleven op dat moment.

Uittocht

Als je hier wegrijdt met de vrachtwagen, dat vond ik wel een naar moment. ‘Hoe kom ik hier weer terug?’ ging er door mijn hoofd. Ik ging als eerste met de auto achter de vrachtwagens aan en de kinderen en mijn vrouw gingen later weg. Die gingen met de auto naar familie in Brabant en later naar een vriendin in Wanroij. Dan denk je wel: zij gaan die kant op en ik ga met mijn koeien de andere kant op. We bleven niet bij elkaar en dat was wel een akelig idee.
Dat je zo’n spookstad overhoudt, dat blijft me ook altijd bij. Toen je hier uitreed, alles was leeg, de straat was één groot lint. Je stond echt in de file. Je kon d’r maar op twee manieren uit: via de Maas en Waalweg en via de tolbrug. Met het vee hebben we toch zeker anderhalf uur op de Maas en Waalweg gestaan. Lopen ging sneller. En dan zie je wel: als er echt een ramp gebeurt en iedereen moet er snel uit, dan kom je niet weg. Dan kun je beter met de fiets gaan. Als ik televisieprogramma’s zie van mensen die naar vluchtelingenkampen gaan, dan komt dit ook altijd weer boven. Het is net of je weg moet, dat je weggedreven wordt, zo’n zelfde soort idee. Je hebt eigenlijk niks meer van jezelf en dan kom je bij vreemde mensen. Ik ben hartstikke goed ontvangen, daar kan ik niks van zeggen, maar het is toch vreemd.

Pendelen

In de Achterhoek pendelde ik tussen twee bedrijven op en neer. Gerard en Dorien hadden een melkveebedrijf en daar had ik mijn jongvee en kalfjes gestald. Daar zat ik ook in de kost: ik sliep in een eigen kamer en ik at mee met de familie. Overdag was ik meestal daar, maar ’s morgens vroeg ging ik met de fiets of auto naar de andere familie, die vlakbij woonde. Daar stonden twaalf à vijftien melkkoeien en dat waren een beetje de moeilijkere gevallen. Deze familie had zelf een nieuw bedrijf gehuurd en ze hadden nog een oude koeienstal, met melkleiding, die ik kon gebruiken. Coberco had daar een klein tankje bijgezet, zodat ik kon melken. Dat deed ik zelf, want die mensen hadden hun eigen werk en hun eigen koeien, die konden niet ook nog eens die koeien van mij gaan melken. En ik vond het eigenlijk ook wel prettig om gewoon bezig te zijn. Na het melken, at ik mee brood en dan ging ik weer. Behalve als ik kon helpen bij het openmaken van de kuil of het uitmesten van een hok. Naar het derde bedrijf, in Kotten, zijn ongeveer veertig melkkoeien gegaan. Deze boer – een beetje een heerboer van stand – had geen melkvee meer, maar de schuur stond er nog en ze hadden ook nog voer. Die man heeft zelf mijn koeien gemolken, want het was gewoon moeilijk om daar ook nog elke dag naartoe te gaan. Ik ben er wel één keer – in het midden van de week – gaan kijken. En dat ging eigenlijk gewoon allemaal z’n gangetje.

Rampscenario’s

Het liefst was ik bezig, want dan kun je het minst denken aan de rampscenario’s. Midden in die week stond de dijk op schuiven tegenover ons, in de buurt van Echteld. Het leger was daar bezig om de dijk met doeken en zandzakken te redden. Toen heb ik ’s nachts bij de radio zitten luisteren. En dan zit je toch een klein beetje te denken: Als het fout gaat, zijn wij gered. Want dan loopt het water de Betuwe in en dan is Maas en Waal veilig. Maar dan denk je toch misschien wel teveel aan jezelf. Maar dat zit in de mens: overleven. Als de dijk aan deze kant doorgebroken was, dan was het een ramp geweest voor dit gebied. Dat zou misschien wel het faillissement hebben betekend voor heel veel bedrijven. Ik denk dat veel boeren over de kop waren gegaan. Je bent niet verzekerd. Ze kunnen wel zeggen dat je alles vergoed krijgt, maar zoiets kun je niet vergoeden. Heel veel ligboxenstallen waren pas net gebouwd, als dat allemaal weer opgebouwd hadden moeten worden… Misschien ook nog wel een heleboel vervuiling van dieselolie en allerlei gifstoffen. Putten zouden volstromen met water, zodat de mest naar boven komt. Het zou een vreselijke bende zijn geweest, als het echt zover was gekomen.

Gevolgen voor de boerderij

We zijn precies een week weggeweest. Als je hoort dat alles veilig is, dan wil je toch weer zo snel mogelijk terug. Je leventje pak je zo weer op. Maar er waren wel nadelige gevolgen voor de boerderij. Ik denk dat de meeste boeren wel last hadden van de melkproductie. De koeien gaven dat jaar minder melk. Ook al is het maar een week geweest; een andere stal, ander voer en twee keer een lange reis zorgen toch voor stress. En ik heb een schimmelinfectie gekregen, waarschijnlijk uit de vrachtwagen of van een bedrijf. Ik had nooit ringworm gehad, maar na de evacuatie kregen alle koeien vlekken. Dat was een lastige schimmelinfectie waar ik heel wat jaren last van heb gehad. Dat was niet leuk, maar ja, daar kun je niks aan doen, dat krijg je erbij. Veel boeren hadden ook last van andere stallen met voetrot. Koeien zijn gewend aan hun eigen omgeving. De bacteriën die zich daar bevinden, kunnen ze wel de baas. Maar als er dan in een andere situatie – mét stress – nieuwe bacteriën bijkomen, dan kan dat net teveel zijn.

Vergoedingen

In eerste instantie werd er door Kok, die was toen minister president als ik me niet vergis, gezegd dat alle kosten vergoed zouden worden. Ik had daar al vrij snel  mijn twijfels over. Dat kunnen ze nu wel zeggen, dachten wij, maar dat is misschien om ons wat makkelijker de regio uit te krijgen. Uiteindelijk hebben we het vervoer helemaal vergoed gekregen en het verblijf een stukje, maar niet helemaal. Over de compensatie mogen we eigenlijk niet mopperen. Alleen het is niet verstandig dat ze eerst gaan zeggen dat je alles terugkrijgt en dat het later teruggedraaid wordt. Dan kun je beter gewoon eerlijk zijn.

Achteraf

De evacuatie komt nog regelmatig ter sprake, met verjaardagen en op mijn werk, als het water weer hoog staat. Niet dat wij nu bang zijn, want dit maken we waarschijnlijk nooit meer mee. De dijk is zoveel steviger en hoger geworden.  Maar er wordt nog wel vaak over verteld. Het is, achteraf, toch een hele ervaring geweest. Maar dat wil niet zeggen dat je het nog een keer mee wil maken. Als het nog een keer zou gebeuren, dan denk ik dat heel veel mensen zouden zeggen: ik blijf. En dan zouden er ook niet zoveel voorzorgsmaatregelen genomen worden. Maar ik weet het niet, misschien doe je dan wel weer precies hetzelfde. “